Tragedie

Een toneelstuk waarin een ernstige gebeurtenis in het plot is verwerkt noemt men een tragedie of treurspel. Vaak is de afloop van een dergelijke theatervorm noodlottig, hetgeen een “exitus infelix” genoemd wordt. Het komt echter ook wel voor dat een tragedie een zogenoemde “exitus felix” heeft, oftewel een “happy end”. Het verhaal van een tragedie ontwikkelt zich richting het plot en beweegt zich naar het moment waarin de held het inzicht krijgt dat hij gefaald heeft, waarop een plotselinge en heftige ommezwaai van de situatie volgt. Het inzicht in het falen noemt men “de agnitio” en de ommekeer “de peripetie”. De opzet van een tragedie is om een emotionele loutering bij de toeschouwers teweeg te brengen. Dit wordt met andere woorden de “catharsis” genoemd.

De Griekste tragedie

Er zijn een aantal verschillende soorten tragedies te onderscheiden. De Griekse tragedie, ook wel de Attische tragedie genoemd, staat aan de wieg van deze theatervorm, waarvan de tragediedichters Sophokles, Aischylos en Euripides de hoofdvertegenwoordigers zijn. De Griekse tragedie wordt reeds sinds de tijd van Aristoteles tegenover de komedie geplaatst. Bij een komedie gaat het hoofdzakelijk om de belevenissen van inferieure mensen terwijl een tragedie verhaalt over de gebeurtenissen van superieure mensen en hoe zij hiermee omgaan. Statige personages verschijnen ten tonele, welke vervolgens getroffen worden door een dramatisch voorval dat voor een enorme wending in hun leven zorgt. Voorbeelden hiervan zijn toneelstukken als Koning Oedipus en Antigone. De hoofdpersonages van deze tragedies gaan als gevolg van een goddelijk incident of door menselijk falen een onvermijdelijke dood of ondergang tegemoet. Doorgaans eindigt een tragedie dan ook met de dood van één of meerdere hoofdpersonen.

De Romeinse tragedie

De Latijnse wraaktragedie van Seneca is een vorm van tragedie welke gebaseerd is op een gekunstelde vorm van drama. Ondanks de dramatische inslag van dit genre is het heel lang een gewoonte geweest om er elementen van zang aan toe te voegen, vaak in de vorm van koorzangen. Deze zangen voorzagen de handeling van het theaterstuk van commentaar en uitleg.

Ook is er nog de combinatie van tragedie en komedie, de zogenaamde tragikomedie. Ondanks dat een dergelijk theaterstuk een zeer tragisch verloop heeft, eindigt het altijd met een “happy end”. Ook komt het wel voor dat een grotendeels komisch theaterstuk op een dramatische manier eindigt. Een van de eerste tragikomedies, het blijspel Amphitruo, werd geschreven door Plautus, een Romeinse toneelschrijver die het theaterstuk rond 210 voor Christus schreef.

Barok en Renaissance

In de westerse cultuur vond deze theaterstijl vanaf de Renaissance veel navolging. Jean Racine en William Shakespeare kunnen worden gezien als de hoofdvertegenwoordigers van dit genre, en in Nederland was Joost van den Vondel destijds een grote naam. Door zowel protestantse als katholieke auteurs werden in de zeventiende en achttiende eeuw vele honderden tragedies geschreven in de klassieke en barokke vorm. Veelal gingen zij over verzonnen zaken, maar ook politieke aangelegenheden kwamen aan de orde.